
Julianus de Gastvrije
In de rooms-katholieke traditie bestaat een galerij van gelovigen die in de loop van de geschiedenis bijzonder hebben geleefd: de heiligen. Velen van hen worden geassocieerd met bepaalde voorwerpen, plekken of mensen. Van Sint-Filomena van gevangenen en zwangere vrouwen tot de heilige Hermano Pedro van daklozen en ziekenverzorgers: zo inspireren de beschermheiligen nog steeds.
Deze keer: Julianus de gastvrije
In de christelijke traditie zijn er verschillende heiligen die onlosmakelijk verbonden zijn met gastvrijheid. Eén van die heiligen is Julianus Hospitator (7e eeuw, Henegouwen). Hospitator betekent herbergier of gastheer. Hij is patroonheiligen voor mensen in de gastvrijheidssector: hotelhouders, reizigers, horecapersoneel, herbergiers, pelgrims, herbergklanten, veerman en gokkers. Hij staat ook symbool voor het ruimhartig ontvangen van vreemdelingen.
Volgens de legende opende Julianus uit berouw een herberg en een hospitaal aan een gevaarlijke rivier om reizigers, armen en zieken te verzorgen en gratis over te zetten. Waarom had hij berouw? Jacobus de Voragine verzamelde in de 13e eeuw enkele varianten die in omloop waren over het levensverhaal van Julianus. De schrijver maakte daar één verhaal van dat ik hier kort samenvat.
Julianus waseen rijke jongeman die hield van de jacht. Toen hij een mannetjeshert achtervolgde, draaide het hert zich om en sprak: “je zal nog eerder je ouders doden dan dat je mij zal doden”. Julianus schrok daar zo van dat hij ging rondzwerven door landen om die vloek te ontwijken. Hij huwde ook zonder zijn ouders op de hoogte te stellen. Op een ochtend bezochten zijn ouders, die vol van verdriet hem overal zochten, de woning van Julianus en zijn vrouw. Julianus was die ochtend weer op jacht. Zijn vrouw legde de vermoeide ouders in haar eigen bed, toen ze begreep dat het haar schoonouders waren. Zij ging zelf vervolgens naar een kerkdienst. Kort daarop keerde Julianus terug van de jacht, terwijl zijn vrouw in de kerk zat. Julianus zag in het echtelijk bed twee personen onder een laken meende dat zijn vrouw overspel pleegde. In een vlaag van woede doodde hij hen. Toen hij uit zijn huis naar buiten rende kwam Julianus zijn vrouw tegen. Beiden vluchtten ver weg, want de vloek van het hert was uitgekomen.
Zij verbleven aan een grote rivier, waar zij aan ziekenverpleging deden in een groot gasthuis. Reizigers konden bij hen overnachten. Daar komt die bijnaam van Julianus vandaan: de Hospitator of de Gastvrije. Ook bracht Julianus reizigers over naar de overkant van de rivier. Op een dag verscheen Christus, vermomd als reiziger. Hij deelde Julianus mee dat hij zijn hemel verdiend had door jarenlang medemensen te verzorgen. De oudermoord was hiermee vergeven of uitgeboet.
Willy van Olffen
